Materialen

Houtwol 

houtwol 2

Houtwol is een isolatiemateriaal dat is opgebouwd uit natuurlijke houtvezels en biedt daarom alle voordelen van hout als natuurlijk bouwmateriaal.
De flexible isolatieplaten zijn dampopen, waardoor de vochtigheid naar buiten kan worden afgeleid – net zoals bij goed “ademende” kledingstukken. Bovendien kunnen houtvezels veel meer vocht opslaan dan de klassieke, traditionele isolatieproducten. Het effect is dubbel : houtwol draagt bij tot een goede vochtregulering (bijvoorbeeld bij het isoleren van een binnenwand) en verhindert dat er snel condenswater verschijnt. De totale woning is beter beschermd tegen alle mogelijke nadelige vochtinvloeden. En er is nog een extra voordeel : zelfs bij tijdelijk wisselende vochtinvloeden behoudt houtwol haar thermisch isolerende eigenschappen ! 

 

Passiefhuiskozijn

Kozijnen

Om de thermische isolatie van de schil optimaal te houden is ook de U-waarde van het kozijn belangrijk, omdat via het kozijn ook warmte verloren kan gaan. Houten of kunststof kozijnen hebben een lagere U-waarde dan kozijnen van aluminium, en isoleren dus beter.

Omdat wij uit principe zo weinig mogelijk tropisch hardhout willen gebruiken hebben wij in dit project gekozen voor kunststof kozijnen voorzien van triple glas en dubbele kierafdichting. Ook hoef je later niet meer te schuren, plamuren en schilderen.
Deze kozijnen hebben raam- en deurprofielen welke voorzien zijn van een binnenkernrehau 3 uit glasvezelversterking. Door de extra stabiliteit van de glasvezels is er nagenoeg geen staalversterking meer nodig in de profielen. Dit zorgt voor een extra hoge isolatie en een laag eigen gewicht.

Sinds kort wordt een deel van dit hightech materiaal vervaardigd uit   gerecyclede   materialen. Mede hierdoor hebben deze kozijnen een van de meest vooruitstrevende raam- en deursysteem qua duurzaamheid.

Meerlaagse reflecterende folie 

Vormen van warmteoverdracht:
Warmteoverdracht in bouwkundige constructies kent een drietal verschijningsvormen, dat wil zeggen de warmtestroom  van ‘warm’ naar ‘koud’ vindt op drie manieren plaats:
–    warmteoverdracht door geleiding             
–    warmteoverdracht door convectie
–    warmteoverdracht door straling

Warmteoverdracht door geleiding
Bij geleiding vindt het warmtetransport  plaats via een vaste stof. De mate waarin dit energietransport plaatsvindt, verschilt per materiaal.  Deze eigenschap wordt uitgedrukt met de warmtegeleidingcoëfficiënt van het materiaal (de lambda-waarde).  Een voorbeeld: metaal geleidt warmte  goed, steen geleidt slecht.
Ook stilstaande lucht geleidt warmte, echter heel gering. Slechts in het luchtledige vindt er geen warmteoverdracht door geleiding plaats.

Warmteoverdracht door convectie
Bij convectie wordt de warmte getransporteerd via stroming.  Deze overdrachtsvorm kan uiteraard niet plaatsvinden in een vaste stof, maar slechts in vloeistoffen en gassen, zoals lucht. Een voorbeeld hiervan is de werking van een convector-put. De warme lucht is lichter dan koude lucht en zal daarom stijgen. Koude lucht neemt de plaats in van de warme lucht en op deze wijze vindt via de lucht een transport van energie  (warmte) plaats. De warme lucht verliest de warmte aan een koud oppervlak, koelt daardoor af, etc.

Warmteoverdracht door straling
Warmteoverdracht vindt voornamelijk plaats via infraroodstraling. elk materiaal geeft warmtestraling af. De mate waarin wordt niet alleen bepaald door de temperatuur van het oppervlak, maar ook door het materiaal zelf. Dit laatste wordt uitgedrukt in een emissiecoëfficient. De meeste bouwmaterialen, zoals bijvoorbeeld beton, baksteen en hout, hebben een hoge emissiecoëfficient en stralen dus relatief gemakkelijk warmte uit. anders gezegd: dergelijke materialen verliezen relatief eenvoudig hun warmte als gevolg van warmteoverdracht door straling. Aluminium heeft juist een lage emissiecoëfficient met de toepassing van dit materiaal kan de emissie van de bouwmaterialen dus sterk worden beperkt.

meerlaagse isolatieDaarnaast reflecteert elk materiaal warmtestraling. Het ene materiaal beter dan het andere. Materialen met een lage emissiecoëfficient reflecteren warmtestraling heel erg goed. De meerlaagse isolatiefolies die wij toepassen reflecteren zo’n 95% van de warmtestraling.

Bij gebouwen bedraagt het warmteverlies, als gevolg van warmteoverdracht door geleiding en convectie ca 25% van het totale warmteverlies, het grootste gedeelte van het warmte verlies, namelijk 75% wordt veroorzaakt door straling. Bij energie-efficiënt bouwen is het daarom noodzaak om met elke vorm van warmteoverdracht rekening te houden.